Ik zit in mijn schulp … in mijn schelp … in mijn schaal Hola, zei de haas dat was de bedoeling niet En met een sprong stond hij er naast zijn rode spiervlees achterlatend in een marinade van even rode wijn jeneverbessen en nobele laurier Hij trok de rits van zijn slordig achtergelaten vel dicht van zijn kloten tot zijn kop en vulde de boel met positieve gedachten die, zoals we weten, vaak niets voorstellen maar wel lucht in de zaak brengen Hij groette de zon en eerde de windstreken Zo, nu stonden ook zijn oren fier overeind (Dat slappe gedoe vond hij nogal konijnig) Hij streek zijn snorren op en schudde zijn kop De dag kon beginnen. Het gedicht schreef ik in november 2010 en is opgenomen in de bundel Dertien Manen. Het schilderij maakte ik in oktober 2017.
Liefste, Kijk! Wat ik met dit schrijven wil is lijnen schetsen voor jouw verbeelden een begin maken voor jouw verhaal - meer niet Wat ik voor jou zou willen is de ruimtes tekenen tussen de takken die jij vullen mag met elfen, trollen en kamelen - of niks Wat ik voor jou zou willen is woorden weven als zomerwolken die jij droomt tot Frankrijk, ijsco’s, luchtkastelen - of wolk Wat ik voor jou zou willen dichten, is zo leeg en ruim dat jij er helemaal bij in past - liefste Dus waar ik zucht, haal ik de woorden door Waar een traan valt, pak ik gum Waar ik voordring, stap ik terug Waar ritme stampt of rijm dwingt, schrap ik Want wat ik zou willen is je een stilte beschrijven zoals die ’s avonds valt als de merel klaar is met zingen de vleermuis komt en de dag nog even blijft hangen En dat je dan de wonderen kon horen fluisteren waar je begon te kijken naar mijn halve woord
Uit Egypte naar het land van melk en honing De dorre slavernij verlaten voor een zoete mond, de smaak van borst Een lange rij De wolf loert en weegt zijn kansen Is de tweeling van Aeneas al daarbij? Die ik voeden moet op de oevers van de Tiber, voor mijn imago in het keizerrijk? Of kan ik nog een grootmoedertje grijpen Een jong rood kapje of zes geiten? Die dinsdaggod smaakte eigenlijk wel naar meer, zijn hand was maar een karig hapje Onder Fenrirs klauwen kiemt de wolfsmelk Explosieve driekluizige kluisvruchten, giftig sap, schijnbloemen en honingklieren In tuin, moeras, zand, zelfs de zeewolf melkt een potje mee In de verte komt de groep tot stilstand Is dit echt het beloofde land? Die stenenbende? Er woont al iemand, kan niet waar zijn. Twijfel krijgt straf - veertig jaar de boel op slot Ik twijfel ook, niet aan voorzienigheid of lot maar aan mijn eigen moed Egypte te verlaten de woeste vlakte op, voor Euphorbia en een mond vol zoet. Ik twijfel, maar h...